Doelgroep: gevorderden
- alle belangrijke het-woorden op een rij
- verdeeld in een basiswoordenlijst en een uitgebreide woordenlijst
- inclusief digitale versie van de het-woordenlijsten op cd-rom
- met oefeningen voor het juist toepassen van de grammaticale regels voor de- en het-woorden
Het verschil tussen de-woorden en het-woorden is het deel van de Nederlandse grammatica dat de meeste problemen oplevert. Dat komt omdat aan een zelfstandig naamwoord niet zomaar is te zien welk lidwoord erbij hoort: de of het. Je moet het weten of je moet het leren: het paard en de taart, het huis en de muis. Een aantal veelvoorkomende grammaticale regels van het Nederlands heeft te maken met het verschil tussen de en het. Om deze regels te kunnen toepassen, moet men dus weten of een woord een het-woord is of een de-woord. En dat kan men met behulp van deze het-woordenlijsten te weten komen.
In het boek staan, naast de het-woordenlijsten, ook uitleg aan de leerling/cursist en aan de docent, een stappenplan en oefenmateriaal bij de het-woordenlijsten.